Gerelateerde artikelen

Mediapro, DAZN, Ligue 1+: de acht-jarige TV-crisis van het Franse voetbal

De Franse TV-rechten-crisis van Mediapro tot Ligue 1+ uitgelegd

Hoe de crisis begon

Toen ik in 2020 op een laptop aan een ander vak werkte, hoorde ik op de achtergrond een Franse podcast waarvan de toon plots omsloeg van financieel-analytisch naar bijna apocalyptisch. Het Spaanse Mediapro had net het contract voor de Franse TV-rechten in handen genomen en betalingen waren gestopt. Ik begreep toen nog niet dat ik getuige was van het begin van een crisis die acht jaar zou aanslepen en die de inkomstenstructuur van een hele competitie permanent zou verwoesten.

De Ligue 1 verloor in twee fasen ongeveer dertig procent van haar binnenlandse TV-inkomsten – van circa vijfhonderd miljoen euro onder DAZN naar zo’n honderdvijfenzestig miljoen euro minimum garanti voor seizoen 2025/26 onder de eigen LFP-platform Ligue 1+. Dat is geen kortdurende dip, dat is een herwaardering van wat het Franse clubvoetbal economisch waard is in een gefragmenteerde mediamarkt. De gevolgen voor clubs zijn structureel: kleinere transferbudgetten, hogere afhankelijkheid van Europese inkomsten, en een continue talentdrain naar competities met betere TV-deals.

Voor wedmarkten betekent dit dat klassieke aannames over Ligue 1 – open, hoog-scorend, met ruimte voor verrassingen – versterkt worden door financiële realiteit. Clubs die normaal middenmoot zouden zijn, draaien op steeds smallere selecties; clubs die degradatie-strijd zouden voeren, raken hun beste spelers nog vroeger kwijt; en de afstand tussen PSG en de rest blijft, zelfs nu PSG zelf bezuinigt op salarissen.

De Mediapro-collapse van 2020/21

Mediapro had in 2018 een contract getekend dat de Ligue 1 op papier liet opveren naar het Europese topniveau qua TV-inkomsten. Het Spaanse bedrijf zou meer dan een miljard euro per seizoen betalen voor het uitzendrecht via een platform genaamd Téléfoot. Toen Téléfoot daadwerkelijk lanceerde, midden in de pandemische winter van 2020, bleek het abonneeaantal verre van de gehoopte miljoenen. Mediapro stopte de betalingen aan de LFP. Faillissement volgde binnen maanden.

Voor de clubs was de schok onmiddellijk. Salarisbetalingen kwamen onder druk, transferplannen vielen in duigen, en bestaande Champions League-deelnemers ontdekten dat zelfs Europese prijzen het binnenlandse TV-gat niet konden vullen. De LFP moest noodakkoorden sluiten met Canal+ en BeIN Sports om iets van inkomsten op gang te houden. Die noodakkoorden zaten ver onder de Mediapro-belofte en zelfs onder het pre-Mediapro-niveau.

De diepere les uit Mediapro-collapse is dat een TV-rechten-veiling alleen werkt als de bieders een geloofwaardig businessmodel hebben. De LFP had Mediapro’s plan om een eigen platform op te bouwen niet kritisch genoeg getoetst. Toen het misging, was er geen Plan B. Die les zou de LFP de volgende keer wél serieus nemen – al duurde het nog jaren voordat ze daarnaar handelde.

De korte DAZN-periode

Na een onsamenhangende tussenperiode met Amazon Prime Video als hoofduitzender, kwam in 2024 DAZN als nieuwe hoofdrechtenhouder. Het Britse streaming-platform betaalde rond vierhonderd miljoen euro per seizoen – fors minder dan de Mediapro-belofte maar in lijn met wat de markt feitelijk waard was. De afspraak liep vanaf seizoen 2024/25. Op papier was het een nieuwe start.

In de praktijk werd het een nieuwe crisis. DAZN klaagde over piraterij, achterblijvend abonneeaantal, en de algehele kwaliteit van het Franse productieapparaat. Tegen het einde van seizoen 2024/25 was de relatie tussen DAZN en de LFP zo verzuurd dat het contract voortijdig werd opgezegd. De combinatie van DAZN-claims en LFP-tegenacties leidde tot juridische procedures die het Franse voetbal nog jaren zullen achtervolgen.

Tussen Mediapro-collapse en DAZN-breuk zat zo ongeveer alles wat een sportcompetitie financieel kan teisteren: gebroken contracten, juridische gevechten, abonnees die niet kwamen opdagen, en een groeiende perceptie bij internationale rechtenkopers dat Ligue 1 een risicovolle investering was. De TV-inkomsten zakten in vijf jaar tijd met meer dan vijftig procent van het Mediapro-piekbedrag.

De lancering van Ligue 1+ door LFP zelf

Vincent Labrune, voorzitter van de LFP, koos uiteindelijk voor de meest radicale oplossing. Als externe partijen het Franse voetbal niet konden of wilden uitzenden tegen een redelijke prijs, zou de LFP het zelf doen. Ligue 1+ werd in juli 2025 aangekondigd als eigen platform van de Franse competitie, met een abonnementsprijs onder de twintig euro per maand en het commerciële doel van één miljoen abonnees aan het einde van het eerste seizoen, met groeiplannen naar 2,2 tot 2,5 miljoen tegen 2029.

Op de persconferentie zei Nicolas de Tavernost, directeur-generaal van LFP Média: “Op dit platform kan het publiek onder acceptabele economische voorwaarden de essentie van de Ligue 1-wedstrijden bekijken en zich dus abonneren.” Het was tegelijk een verkooppraatje en een toegeving – de zin “acceptabele economische voorwaarden” verraadde dat eerdere oplossingen dat juist niet waren.

Labrune zelf was strijdvaardiger over de bredere vraag of de Ligue 1 zonder grote externe TV-deal nog mee kan in Europa. “Je moet ophouden te denken dat de Ligue 1 zal instorten omdat er geen binnenlandse rechten zijn. Vorig jaar hebben we al onze UEFA-puntenrecords gebroken. Het zijn niet de binnenlandse rechten die de competitiviteit van onze competitie bepalen.” Dat is een hoopvolle interpretatie. De DNCG-cijfers laten zien dat de financiële druk wel degelijk doorslaat naar club-balansen. Voor het complete plaatje van die financiële schade is een aparte uitwerking nuttig over wat de DNCG-cijfers vertellen over verliezen van Ligue 1-clubs.

Effect op clubs en talent-export

De vermindering van TV-inkomsten heeft Ligue 1-clubs gedwongen tot herstructurering die zonder de crisis nooit zo abrupt zou zijn doorgevoerd. Salarisplafonds zakten, transferactiviteit kromp, en de neiging om jong talent vroegtijdig te verkopen aan rijkere competities groeide. Olympique Lyonnais alleen al maakte over seizoen 2024/25 een verlies van 208,5 miljoen euro – een achtvoudiging vergeleken met het seizoen ervoor. De cumulatieve verliezen van alle Ligue 1-clubs samen kwamen uit op 466 miljoen euro, een stijging van 184 procent vergeleken met 164 miljoen euro een jaar eerder.

PSG vormt de uitzondering. Het Parijse boekjaar 2024/25 sloot met een record-omzet van 837 miljoen euro, een stijging van vier procent, met 367 miljoen euro aan commerciële inkomsten en 175 miljoen euro aan matchday-inkomsten. De loonsom als percentage van de omzet zakte onder de 65 procent – een drastische verbetering vergeleken met de jaren waarin Mbappé, Messi en Neymar samen meer dan 111 procent van de omzet aan salaris kostten. PSG profiteert van Champions League-prijzengeld, internationale sponsoring, en een commercieel apparaat dat geen andere Ligue 1-club kan evenaren.

De talent-export-curve is zichtbaar in elke transferperiode. Jonge spelers die in een gezonde Ligue 1 drie of vier seizoenen zouden zijn gebleven, vertrekken nu vaak al na hun eerste profseizoen. Voor de wedmarkt betekent dit dat een hoog-scorende basisspeler in oktober niet automatisch een hoog-scorende basisspeler in januari is, en zeker niet in mei. Wie outright-markten beoordeelt – kampioen, topscorer, Europese tickets – moet rekening houden met een transfervenster dat in Frankrijk meer beweging laat zien dan in vergelijkbare top-vijf-competities.

Wat de crisis leerde over voorspelbaarheid

Acht jaar TV-crisis hebben de Ligue 1 niet kapotgemaakt – PSG won de Champions League, internationale aandacht groeit, en Ligue 1+ tekent in zijn eerste maanden hoopvolle abonneecijfers. Wat de crisis wél heeft gedaan is de voorspelbaarheid van de competitie veranderen. Wie nog uitgaat van transferpatronen, club-stabiliteit en TV-zekerheid uit het pre-Mediapro-tijdperk, mist drie lagen verschuiving die direct doorwerken op resultaten en op wedmarkten. Begrijpen waar het geld vandaan komt – en waar het niet meer vandaan komt – is geen abstracte oefening. Het is een onderdeel van serieuze wedanalyse geworden.

Krijgen Ligue 1-clubs minder geld dan Eredivisie-clubs uit TV?

Per club gemiddeld komt Ligue 1 nog steeds boven Eredivisie uit, maar het verschil is kleiner geworden. Met circa honderdvijfenzestig miljoen euro minimum garanti onder Ligue 1+ verdeeld over achttien clubs ligt het gemiddelde rond negen miljoen, terwijl topclubs een groter aandeel krijgen via solidariteitsverdeling.

Wat verdienen PSG en OL alléén aan TV?

Exacte cijfers per club worden niet altijd publiek gemaakt, maar PSG zit als topclub aan de bovenkant van de verdeling. OL, ondanks de financiële crisis op de balans, blijft een grootverdiener qua TV-aandeel vanwege marktwaarde en historische prestaties. Beide ontvangen substantieel minder dan onder Mediapro-niveau.

Samengesteld door de redactie van 'Wedden op Ligue 1'.